NieuwsHet stille lijden van Fariha
Op 11 februari 2026 werd Fariha (fictieve naam) thuis aangetroffen, hangend. Ze was 20 jaar oud en bijna blind. Maandenlang had ze geprobeerd te ontsnappen aan een huwelijk vol geweld en angst, maar haar ouders kozen familienaam boven de veiligheid van hun dochter.
Fariha’s gezichtsvermogen was al jaren achteruitgegaan, waardoor ze steeds afhankelijker werd van anderen. Toen een jongeman uit de buurt interesse toonde in haar huwelijk, stemden haar ouders snel toe, zonder te controleren of hij een problematisch verleden had. In Bangladesh leeft een diepgeworteld bijgeloof: een huwelijk zou een handicap ‘genezen’. Onder dit bijgeloof schuilt een hardere waarheid: een meisje met een handicap, en haar familie, zouden dankbaar moeten zijn als er überhaupt iemand bereid is met haar te trouwen.
Huiselijk geweld en isolement
Maar de man bleek allesbehalve geschikt. Hij was verslaafd aan drugs en gokken, onvoorspelbaar en agressief. Fariha werd dagelijks geslagen en verkracht en leefde in constante angst. Binnen drie maanden belandde ze in het ziekenhuis door het geweld. Haar visuele beperking maakte alles nog angstaanjagender; ze kon de aanvallen niet zien aankomen en had geen kans om zichzelf te verdedigen.
Wanhopig smeekte Fariha haar ouders om een scheiding. Ze smeekte om terug naar huis te mogen. Om te bewijzen dat ze geen last zou zijn, vond ze zelfs een baan. Maar haar ouders weigerden. Familienaam en reputatie wogen zwaarder dan haar leven. Een scheiding zou ‘schaamte’ brengen. Fariha werd teruggestuurd naar haar echtgenoot en opgedragen stil te zijn.
Ze bleef vechten voor hulp
Maar ze zweeg niet. Ze ging naar de politie, benaderde meerdere ngo’s, vertelde haar verhaal keer op keer, hopend dat iemand zou ingrijpen. Zonder de steun van haar ouders—nog steeds essentieel in de praktijk—kon echter niets worden gedaan. Isolatie, dagelijks geweld en geen steun van haar familie: Fariha zag geen uitweg. Op 11 februari 2026 nam ze haar eigen leven.
Fariha was niet alleen slachtoffer van haar echtgenoot. Ze was slachtoffer van een systeem dat faalt voor meisjes met een handicap: families die eer boven veiligheid stellen, gemeenschappen die misbruik normaliseren en instellingen die ontoegankelijk of ineffectief zijn zonder familiale steun.
Wijdverspreid en systematisch geweld
Haar verhaal is geen uitzondering. Geweld tegen meisjes en jonge vrouwen met een handicap in Bangladesh is wijdverspreid en systematisch. Een eerder onderzoek van ons laat zien dat 83 procent van de meisjes met een handicap van 12 tot 25 jaar ooit misbruikt is: 63 procent ervoer verbaal geweld, vaak vernedering of uitschelden door buren of gemeenschap; 38 procent seksueel misbruik, waaronder verkrachting en ongewenst aanraken, vaak door mannelijke familieleden buiten het directe huishouden; en 23 procent lichamelijk geweld, meestal door hun moeders.
Meisjes met een handicap worden vaak als last of vervloekt gezien. Vroegtijdige en gedwongen huwelijken blijven wijdverspreid door het bijgeloof dat een huwelijk hun handicap ‘geneest’, vaak met mannen die oud, arm, gewelddadig, verslaafd zijn of zelf een handicap hebben.
Wanneer deze meisjes gevraagd wordt wat ze het meest nodig hebben, vragen ze niet om medelijden of liefdadigheid. Ze vragen om werk, onderwijs en een veilige plek om te leven. Bangladesh heeft economische vooruitgang geboekt, maar deze blijft onvolledig zolang de rechten van meisjes en vrouwen—met en zonder handicap—niet worden beschermd.
Fariha’s dood had voorkomen kunnen worden. Haar verhaal is een dringende oproep: samenleving, beleidsmakers en families moeten de rechten van meisjes met een handicap beschermen, hun veiligheid waarborgen en hun waardigheid en autonomie respecteren.


